M’n eigen straatje ‘schoongeveegd’

Langs 2,5 kilometer fietspad verzameld afval, merendeels bierblikjes.

‘Je eigen straatje schoonvegen’, heeft geen positieve klank. Het heeft een ondertoon van alleen oog hebben voor je eigen omgeving. Het is een cliché, net als ‘verbeter de wereld en begin bij jezelf’. Maar het is in beide gevallen toch vaak het enige wat je kunt doen, bedenk ik me. 25 jaar geleden nam mijn moeder tijdens een wandeling in de omgeving van haar huis vaak een zakje mee om het zwerfvuil in te verzamelen. Ik keek daar toen wat meewarig naar – alsof het een taakstraf was – maar vandaag heb ik haar voorbeeld gevolgd.

Regelmatig loop ik een vaste route van zo’n vijf kilometer in mijn omgeving. Via het fietspad langs de Gemaalweg, over een kavelpad naar de inlaat bij de Noordermeerdijk, langs de dijk en via het fietspad weer terug. En even zo vaak loop ik me te ergeren aan de rommel. Jaren geleden ergerde ik me tijdens vakanties in Italië en Frankrijk al aan het zwerfvuil langs de wegen. En niemand die het opruimde. Er werd gewoon overheen gemaaid, waardoor het in nog meer rommel uiteenviel. 

Ik hield me voor dat ‘wij Nederlanders’ toch wel anders zijn. Maar dat was jaren geleden en ik ben inmiddels een illusie armer. Langs de berm van mijn eigen straat liggen achteloos weggegooide lege plastic flesjes, drinkkartons, blikjes, chipszakken en verpakkingen van een fastfoodketen. Als de sloten gehekkeld zijn of de bermen gemaaid, liggen er flarden plastic en aan repen getrokken blikjes. 

Gewapend met een niet al te opzichtige pedaalemmerzak – je voelt je toch wat bekeken – en een plastic handschoen ben ik vanmorgen op weg gegaan. Ik begon te rapen langs het kavelpad en langs de dijk en aangekomen bij de sluis zat de zak al vol. Omdat ik nog maar halverwege mijn wandeltocht was en wist dat er langs het fietspad nog veel meer rommel lag, dacht ik de inhoud van het zakje in de vuilnisbak bij de bushalte te deponeren. Op dat moment kwam er net iemand van wegbeheer langsrijden. De man dacht meteen dat ik me op illegale wijze van mijn eigen afval ontdeed. Ik zou niet de eerste zijn, zo verontschuldigde hij zich.

Na te hebben uitgelegd dat het de oogst was van twee kilometer ergernis opruimen, nam hij de afvalzak van me aan, overhandigde me uit dank twee grote turquoise afvalzakken (over opvallen gesproken) en moedigde me aan vooral door te gaan met de mezelf opgelegde missie. Langs het fietspad aan het begin van de Gemaalweg ligt volgens hem altijd buitensporig veel afval. In Lemmer bij supermarkt en fastfoodketen ingekochte flesjes, blikjes en zakjes zijn hier leeg en worden vervolgens achteloos weggegooid. 

De resterende tweeënhalve kilometer leverde gelukkig geen volle vuilniszak op, maar wel een halfvolle. Welgeteld 24 blikjes (merendeels bierblikjes!) en zes plastic flesjes heb ik thuis in de container voor plastic afval gedeponeerd. Ik was eerst van plan de hele zak in die container te werpen, maar aangezien er ook papier tussen zat en er hier en daar blad en modder aankleefde, ben ik toch maar aan het scheiden gegaan. 

Mijn buurvrouw, die ik op de terugweg tegenkwam, signaleerde al van verre de grote, niet weg te moffelen vuilniszak. Ze prees mijn actie en merkte op dat ze in het vervolg ook wel eens een afvalzak mee kan nemen op haar wandeltochten. Kijk, zo inspireren we elkaar! Het zou natuurlijk het mooiste zijn als iedereen z’n eigen afval opruimt, dan had ik deze column niet hoeven schrijven. Maar als iedereen die zich aangesproken voelt, nu eens letterlijk ‘zijn eigen straatje veegt’, dan komen we elkaar in figuurlijk opzicht ook tegemoet. 

Margé Hof

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *